Goedemorgen,
Het is weer bijna zover. Het Kerstfeest. Dit feest was ooit de aanleiding tot mijn eerste aanvaring met het clerus. Enfin, clerus, de godsdienstleraar. Als braaf kereltje van 10, uit het Gentse volgde ik godsdienst, zoals dat betaamde. En op die leeftijd was ik een nog een braaf Vlaams manneke die altijd goed oplette in de klas, maakt U zich geen zorgen, daarna is alles goedgekomen.
In de geschiedenisles hadden we geleerd dat je nooit het jaar 0 mocht zeggen, want dat zoiets niet kon bestaan. Niet onbelangrijk, die tiep van geschiedenis deelde ons plechtig mede: “Onze jaartelling is de Christelijke jaartelling.”
Twee dagen later, godsdienstles. Die vergrijsde naar moteballen ruikende figuur van godsdienst maakt ons deelgenoot van het Kerstverhaal, “Op 25 december, werd het Kindeke Jezus geboren.” Om eventjes te tonen dat ik bij de pinken was, steek ik mijn vinger op en krijg de toestemming te spreken.
“Meneer, gij vergist U, t’is op den eerste januari, dat diene kleine ontsnapt is aan Maria haar baarmoeder. Want in de geschiedenisles heeft men ons verteld dat onze jaartelling begint op de geboorte van de verlosser. Ge zijt dus een week mis”
Daar kon onze gerespecteerde burger niet echt mee lachen, temeer omdat hij niet direct een kant en klaar antwoord klaar had. Daar had die droogstoppel zelf nooit bij stilgestaan, dat er ergens in bijna 2000 jaar gefoefeld was met een week. En dat vinden die leraars dus niet echt leuk om voor aap gezet te worden door een 10-jarige snotaap.
Nen ellenlange uitleg over de zon die draait en de kalenders die bijgewerkt moeten worden door de jaren heen was het gevolg.
Nog steeds niet overtuigd, replikeerde ik, en dat had ik dus beter niet kunnen doen: “Nu snap ik wat het geloof betekent, meneer. Ik moet gewoon geloven wat gij mij vertelt, maar dus vooral niet denken, Ja? En als ik het niet geloof, zult gij mij wel een andere blaas wijsmaken.”
Resultaat, U raadt het al, met mijn klikken en mijn klakken naar de directeur. Nu had die directeur ook niet direct een antwoord klaar op die kalender die niet klopte. En ik had zo lichtjes de indruk dat die directeur en de clerusman niet direct de grootste vrienden waren, Dus kwam ik er vanaf met een uurtje papiertjes rapen op de speelplaats.
Het uitnodigen van een eenzame is nog zoiets, want als we iets doen moeten we het goed doen. Dus als de ganse familie gezellig, of wat daarvoor moet doorgaan, bijelkaar zit moet er persé een eenzame uitgenodigd worden. Dat kan gaan van de Burgemeester van Schellebelle tot een of andere arme sloeber die al jaren aan de drank is. Het mooie van gans die kermis, en neen ik ben geen t vergeten, wel degelijk kermis, is dat ons geweten gesust is met één keer per jaar zoeits te doen, de andere 364 dagen van het jaar kan dat gajes van eenzamen, gaan eten bij Poverello en dus de pot op.
Gezellig kerstfeest, en wie mij wil uitnodigen op zijn kerstdiner moet er wel mijn twee nakomelingen en echtgenote bijnemen, want ik ben een eenzame met stijl.
Amen