Goedemorgen,
Zoals ik al in een eerder schrijfsel deed, vergelijk ik taal en schrijven dikwijls met dingen uit het dagdagelijkse leven. Nu, soms kan het schrijven echt een monster zijn. Dan moet ik er tegen vechten, heb ik echt zin om het tegen zijn kloten te stampen, te vermoorden. De meest bloeddorstige gedachten razen dan door mijn hoofd op die momenten. Die vervloekte letters die, als je ze op de juiste volgorde geplaatst krijgt, o zo prachtig kunnen zijn. En dan plots vindt er een metamorfose plaats, het monster verandert in een prachtige nimf. Waar je nu eens op een hele zachte, lieve sensuele manier de liefde mee bedrijft. Zelfs kan het zelfs vunzig worden. En soms als het vunzig wordt, is wanneer ik de meeste inspiratie opdoe. Het vunzig zijn is voor mij een metafoor van eerlijk, retchttoe rechtaan schrijven. Duizenden gedachten, boosheid, blijheid in al zijn glorie. Geen franje. Zonder erbij na te denken komen de letters te staan waar ze moeten staan. Met één blik schrikken ze alle 26 terug. Ze hebben het door. Met mij wordt niet gespot in deze gemoedstoestand. Dat kan een aantal uren duren, een aantal dagen duren. Tot de geest alweder als een pudding ineenzakt, en de letters tijdelijk de macht weer overnemen. Met een spottende blik bekijken ze je, en ik zit daar dan. Een hoop doffe ellende.
Wat kan schrijven prachtig zijn.
Groeten van de Spaanders voor de Vlaanders